Peter Nissen overleden: ‘Verlangen naar het thuisland’

Deze week overleed kerkelijk duider, hoogleraar kerk- en cultuurgeschiedenis, katholiek, remonstrant en emeritus-predikant Peter Nissen. In 2022 keerde Nissen terug van de Remonstranten naar de Rooms-Katholieke Kerk, waarover Annegreet van der Wijk hem interviewde voor Doopsgezind NL.

‘Je hoeft niet alles te begrijpen, het gaat ook om een geheim.’
Peter Nissen was en is katholiek duider en hoogleraar kerk- en cultuurgeschiedenis aan verschillende universiteiten. In 2010 ‘verliet’ hij de katholieke kerk en maakte de overstap naar de remonstranten. Om afgelopen voorjaar weer terug te keren ‘op het oude nest’.

Wat heeft gemaakt dat je in 2010 de overstap maakte naar de remonstranten?
Ik ben heel actief geweest in de katholieke kerk. Ik was duider en van mij werd verwacht dat ik dat wat de paus zei vertaalde naar het Nederlandse publiek. Ik voelde me vooral ook verbonden binnen die kerk met de mensen die zich bezighielden met vernieuwing, bijvoorbeeld als het gaat om verruiming van het ambt, met mensen die zoeken naar nieuwe vormen van gemeente-zijn en naar minder hiërarchie. Ik merkte onder de twee voorlaatste pausen een behoorlijke achteruitgang als het gaat om die vernieuwing. Ik merkte het ook in de oecumene. Ik was betrokken bij de internationale oecumenische dialoog tussen de katholieke kerk en de Mennonite World Conference, bijvoorbeeld. Ik gaf lezingen in het land, ook bij doopsgezinden en ik hoorde daar ook de geluiden over het verminderen, onder bisschoppelijke druk, van een goede samenwerking met katholieke parochies. Ik merkte dat er in de diensten bepaalde liederen niet meer gezongen mochten worden. Ik vond dat een vorm van censuur waar ik me niet prettig bij voelde. Dat alles bij elkaar maakte dat ik in 2010 de ruimte van de vrijzinnigheid ging opzoeken.

Ik ben kerkelijk verhuisd

Ben je uit de katholieke kerk gestapt?
Nee, ik ben kerkelijk verhuisd. De Kerk is voor mij de hele gemeenschap van mensen die in het voetspoor van Jezus Christus gaan. Ik heb in dat ‘gebouw’ kerk een kleiner kamertje opgezocht. Uit de grote rooms-katholieke vleugel ben ik vertrokken en ik ben verhuisd naar het kleine kamertje waar de ramen en deuren wijd openstaan. ‘Vrij en verdraagzaam christendom’, dat is de leus die de remonstranten uitdragen. Bij de remonstranten vond ik de ruimte om vrijuit te ademen.

Waarom de remonstranten en niet de doopsgezinden?
Ik had een bezinningsreis begeleid van remonstrantse predikanten naar Engeland en op de terugreis zei Christiane Berkvens, remonstrants predikant: ‘Zie je nou wel, je hoort erbij, kom nou maar gewoon.’ Ik beschouwde dat als een roeping, dat iemand dat tegen je zegt. Toen ben ik predikant geworden. Maar alleen om af en toe ergens voor te gaan, want ik had verder gewoon mijn werk op de universiteit. Maar toen werd er een beroep op mij gedaan vanuit Oosterbeek, omdat ze daar geen predikant konden vinden. Ik heb daar een kleine aanstelling vervuld. Later ben ik ook nog een poosje voorganger geweest in Nijmegen.

Sommige doopsgezinde vrienden van mij hebben wel tegen mij gezegd dat ik ook doopsgezind had kunnen worden, met mijn hang naar vrij kunnen ademen en de zoektocht naar mystiek. Ik heb mijn proefschrift geschreven over doopsgezinden en later in de oecumenische commissie namens de katholieken deelgenomen aan de internationale dialoog. Maar wat me bij de remonstranten toch wel aantrok was dat intellectuele, wat de doopsgezinden minder hebben. Ook op academisch niveau komen daar de publicaties vandaan over vernieuwing. Ik zat prima in dat kleiner kamertje. De ruimte die het gaf om bij de remonstranten te mogen ‘wonen’ was prettig. Maar ik begon dingen te missen.

Kleine kamer (Malcolm Lightbody)

Wat miste u en waren dat redenen dat u toch weer ‘terugverhuisd’ bent?
Ik vergelijk mijn kerkelijke verhuizing ook wel eens met een emigratie. Een emigratie heeft push- en pull-factoren. En net als emigranten in het nieuwe land zich bewust worden hoe ze vergroeid waren met het oude land, werd ik me bij de remonstranten bewust van mijn katholieke thuisland. Ik merkte dat ik me op emotioneel vlak verbonden bleef voelen met de katholieken en hoe ze met elkaar omgaan. In vrijzinnig-protestants milieu is dat toch vaak een beetje cerebraal en bij de remonstranten wat intellectualistisch. In een katholieke omgeving heb ik altijd meer warmte ervaren. En ook de liturgie miste ik. Ik heb wel geprobeerd dat in te brengen bij de remonstranten door met liturgische kleuren te werken, meer gebruik te maken van kaarsen en beter gebruik te maken van stilte. Maar de nadruk bleef daar toch heel erg liggen op het cerebrale, dat de preek het belangrijkste is. Daarmee was het voor mij toch ook te veel een onemanshow.

Ik miste ook andere zaken op reflectief niveau, bijvoorbeeld op het gebied van de ecclesiologie (theologie van de kerk). Die is heel weinig tot ontwikkeling gekomen in het vrijzinnig-protestants milieu, waardoor er een risico is dat je naar de kerk gaat kijken als een soort vereniging. Terwijl kerk voor mij ook een werkelijkheid is waarbij het gaat om een op diep niveau samengeroepen te worden als gemeenschap. En in dat ‘remonstrantse kamertje’ zag ik weinig verbinding met het grote geheel. Vrijzinnige kerkgenootschappen hebben soms de neiging heel erg in zichzelf te kruipen. Ik vind het belangrijk om ver te kunnen kijken.

Verder merkte ik dat ik me thuis voel bij het sacrale van de katholieke kerk. Het gevoel voor symbolen en rituelen. Je hoeft niet alles uit te leggen of te bespreken. De liturgie moet je ook meevoeren en er moet ook plaats zijn voor het lichamelijke. De liturgie van de katholieke kerk heeft veel meer beweging in zich dan die van de remonstranten. Je hoeft niet alles te kunnen begrijpen, het draait ook om een soort geheim.

Veel emigranten kwamen uiteindelijk weer naar Nederland op bezoek en moesten concluderen dat de plek waar ze heimwee naar hadden er niet meer is. Hoe is het voor jou om terug te zijn?
Ik ben natuurlijk niet helemaal weggeweest. Ik heb de ontwikkelingen in de katholieke kerk goed gevolgd en kwam ook nog in de parochie waar mijn vrouw actief was. Ik ben weggegaan uit onvrede over de koers vanuit Rome en juist nu ik terugkom, merk ik hoe er weer ruimte is, ook dankzij de huidige paus.

Peter Nissen (1957-2026) studeerde theologie en kerkgeschiedenis in Nijmegen. Van 1994 tot 1998 was hij bijzonder hoogleraar Cultuur in Brabant aan de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg, van 1998 tot 2008 hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, van 2008 tot 2009 hoogleraar cultuurgeschiedenis van het christendom aan de Universiteit van Tilburg, van 2009 tot 2012 hoogleraar cultuurgeschiedenis van de religiositeit aan de Radboud Universiteit Nijmegen, van 2012 tot 2018 hoogleraar spiritualiteitsstudies en van 2018 tot zijn emeritaat in 2021 hoogleraar oecumenica aan diezelfde universiteit.

Dit interview verscheen eerder in Doopsgezind NL, nummer 8/9 van september 2022.

Tekst: Annegreet van der Wijk
Beeld: Claudia Venhorst