Vrij zijn – Column

tekst: Marjan Kip

Mag je van jezelf anderen teleurstellen? Of met andere woorden: mag je (ook eens) niet aan de verwachting van anderen voldoen? 

Zelf vind ik dat best lastig. Het liefste zou ik het iedereen naar de zin maken. Maar dat lukt me niet. Daar probeer ik mee te leven. Twee dingen helpen mij daarbij. 

Het eerste dat ik doe is dat ik mijn leven probeer richting te geven vanuit een dieper gevoel van bestemming, van ‘horen bij/thuis voelen bij’. Zoiets als: wie ben ik ten diepste en wat hoort bij mij en wat niet. Zo leven vraagt ‘anders luisteren’ naar wat zich aandient in het leven. Het is meer dan de vraag of ik ergens zin in heb of niet. Het gaat over mijzelf durven toevertrouwen aan een groter geheel. Dat ik me voeg in die lijn. Een geheel waarvan ook alle andere mensen deel uitmaken. Elk met zijn of haar eigen talenten en grenzen. Door me te richten op die diepere verbinding voorkom ik dat ik met iedere wind meewaai. Of dat ik me te veel voeg naar stemmen in mij, of om mij heen, die hard roepen wat ik  zou moeten doen en zijn. Bijvoorbeeld stemmen van geliefden in mijn naaste omgeving, of van een boze buurman, of van mijn ondertussen overleden ouders, of van mijn werkgever, of van reclamecampagnes die mij maar blijven vertellen dat ik zonder de laatste mode en hebbedingetjes niet gelukkig zal worden. Al die stemmen doen een appél op mij en verwachten iets van mij. Minimaal: “Kies mij, volg mij, wees er voor mij.”

Het tweede dat ik doe is mijzelf er telkens opnieuw aan herinneren dat het onmogelijk is dat iedereen mij aardig zal vinden. Ooit is er onderzoek gedaan naar ‘aardig gevonden worden’. Daaruit bleek dat 30% van de deelnemers aan het onderzoek een persoon in kwestie aardig vond, 30% vond diegene onaardig, 30% had geen mening, 10% van de stemmen viel af door een technische probleem (formulier niet goed ingevuld, kwijtgeraakt in de post etc.). Uit het onderzoek bleek dat mensen van mening veranderen wanneer de persoon in kwestie verandert, bijvoorbeeld door zijn of haar gedrag te wijzigen. Dan vonden de mensen die diegene eerst onaardig vonden diegene toch best aardig. Maar de mensen die de persoon in kwestie voorheen al aardig vonden, vonden diegene daarna minder aardig. De conclusie was dat veranderen met zich meebrengt dat andere mensen iemand wel of niet aardig vonden, maar dat de percentages hetzelfde bleven! 

Het is dus een illusie dat je ooit iedereen voor je kunt winnen. Natuurlijk kunnen we proberen zelf zo aardig en vriendelijk mogelijk te zijn. Dat maakt het samenleven wel zo prettig. Maar daarnaast wil ik ook dicht bij mijzelf blijven. Ik wil niet dat mijn gevoel van eigenwaarde afhankelijk is van de mening van anderen. Ik wil innerlijk vrij blijven om de diepere onderstroom in mijn leven te volgen. De stroom die mij uitnodigt steeds meer ‘heel’ en mijn beste zelf te worden. In de overtuiging dat ik op die onderstroom ook steeds meer één zal worden met dat grotere geheel waarin alle mensen welkom en nodig zijn, precies zoals ze nu al zijn. 

Zo leven betekent soms dat mensen blij van mij worden. Soms betekent het ook dat ik mensen teleurstel. En dat mag. 

Wat wil jij?